Over Curaçao

English Version: About Curacao

Over de oorsprong van de naam Curaçao bestaan verschillende theorieën. Een gangbare verklaring is dat het is afgeleid van het Portugese woord voor ‘hart’ (coração), wat zou verwijzen naar het eiland als een een centrum van handel. Dit werd dan door Spanjaarden overgenomen als Curaçao, wat gevolgd werd door de Nederlanders. Een andere uitleg is dat Curaçao verwant is met de naam die de oorspronkelijke inwoners gebruikten om zichzelf mee aan te duiden (Joubert en Baart, 1994). Deze theorie wordt ondersteund door vroege Spaanse reisverslagen, die de inboorlingen aanduidden als “Indios Curaçaos”. De naam “Curaçao” heeft een associatie gekregen met een specifieke blauwtint, en wordt soms gebruik als een adjectief, afkomstig van een diepblauwe likeur met de naam “Blue Curaçao”.

untitled-3

Curaçao heeft zo’n 140.000 inwoners. Curaçao kent zeer diverse bevolkingsgroepen. De meerderheid is Creool. Dit zijn mensen van gemengde Europese en Afrikaanse afkomst die als inheems worden beschouwd. Daarnaast zijn er ook minderheden van Europese Nederlanders, Chinezen, Libanezen, Portugezen, Surinamers, Venezolanen, Brits-West-Indiërs, Dominicanen, Haïtianen en Colombianen.

Taal
Nederlands was lange tijd de enige officiële taal, maar sinds 2007 zijn Papiaments en Nederlands gezamenlijk officiële talen. Papiaments is ook moedertaal voor de meeste inheemse Curaçaoënaars. Naast deze talen spreekt men ook Spaans en Engels. Verreweg de meeste Curaçaoënaars beheersen alle hiervoor genoemde talen in meerdere of mindere mate, maar er zijn ook buitenlanders die andere talen spreken als Frans, Arabisch, Haïtiaans, Portugees en in mindere mate Chinees. Volgens de volkstelling van 2001 spreekt op Curaçao 81% Papiaments als huistaal, 8% spreekt thuis Nederlands, 6% Spaans, 3% Engels en 2% een andere taal.

Prostitutie
Net zoals in Nederland is prostitutie gelegaliseerd. Er is een groot open lucht Hotel genaamd “Campo Alegre” en is gelegen in de buurt van de luchthaven van Curacao sinds 1940 aan de  Franklin D Roosevelt Weg.

Het klimaat
Het klimaat van Curaçao is semi-aride; de gemiddelde regenval bedraagt jaarlijks 553 mm. De meeste regen valt tussen oktober en januari, het regenseizoen. De temperaturen zijn relatief constant met kleine verschillen door het hele jaar heen. De passaatwinden brengen overdag verkoeling en dezelfde passaatwinden brengen ‘s nachts warmte. De jaargemiddelde temperatuur is overdag 31.2°C en ‘s nachts 25.6°C. De koudste maand is januari met een gemiddelde temperatuur van 26,5°C en de warmste maand is september met een gemiddelde temperatuur van 28,9°C. De hoogste temperatuur ooit gemeten was 38,3°C en de laagste ooit was 20,3°C. Het orkaanseizoen loopt van juni t/m november. Het eiland wordt nauwelijks aangedaan door tropische stormen of orkanen. De laatste tropische stormen/orkanen die dicht bij het eiland langskwamen waren o.a Joan in 1988, Cesar in 1996, Felix in 2007 en Omar in 2008. De vegetatie van de kunuku bestaat voornamelijk uit verschillende soorten cactussen, laag struikgewas, en lage bomen. De dividivi is een van de bekendste bomen. Aloësoorten en agaves komen in verwilderde vorm voor. Daarnaast groeien er verschillende kruiden en komen er ook orchideeën voor.

Geschiedenis
In 1665 begon de WIC met slavenhandel. De slaven werden aangevoerd uit West-Afrika en werden op Curaçao aan land gebracht, waar ze na de “middle passage” enige tijd kunnen aansterken. De slaven werden verhandeld op een plaats die nu Asiento heet, en ook op de plantage Zuurzak. Al snel ontstond hier de belangrijkste regionale slavenmarkt. De WIC leverde slaven tegen zeer scherpe prijzen en concurreerde zo de Engelse, Franse en Portugese handelaren de markt uit. Slaven werden door handelaren gekocht en vervolgens verscheept naar diverse bestemmingen in Midden-Amerika en Zuid-Amerika. Een relatief klein deel van de aangekomen Afrikanen bleef achter op Curaçao. De meesten hiervan kwamen terecht op een van de plantages. Een deel werd door handelaren en ambachtslieden gekocht en bleven zo in de omgeving van Willemstad. Willemstad ontstond in de tweede helft van de 17e eeuw en lag direct naast het fort, op het huidige Punda. In de 18e eeuw werden ook (pak)huizen op Otrobanda gebouwd. Vanwege de vrije geschutslinies waren er wel regels verbonden aan de bouw van huizen op Otrobanda.

De WIC maakte Curaçao in 1674 tot vrijhaven en verkreeg hierdoor een sleutelpositie in de internationale handelsnetwerken. Mede hierdoor werd Curaçao in de 17e eeuw een van de welvarendste eilanden in het Caraïbisch gebied. Dit leidde tot kwaad bloed bij andere mogendheden, met name Engeland en Frankrijk. Zodoende werd Curaçao in 1713 korte tijd belegerd door de Franse kaapvaarder Jacques Cassard, die zich tenslotte liet afkopen. Cassard had overigens geen schade aan bezit of bewoners van het eiland toegebracht.

In de 18e eeuw probeerde Curaçao zijn handelspositie te consolideren. De handel in Venezuela en andere Spaanse koloniën werd echter verhinderd door de Spaanse kustwacht. Deze was speciaal aangesteld om de illegale handel vanuit Venezuela in tabak en cacao een halt toe te roepen. De Engelsen en Fransen werden in het Caraïbisch gebied steeds sterker. De positie van Curaçao nam mede door deze factoren in belang af. Ook was van belang, dat Curaçao niet geschikt was voor de grootschalige verbouw van suikerriet, katoen, tabak of andere tropische plantagegewassen. Pogingen daartoe werden eind 17e en begin 18e eeuw gestaakt. Andere eilanden, zoals Barbados, genereerden wel grote inkomsten door plantagelandbouw. De landbouw van Curaçao richtte zich op voedselvoorziening voor de eigen bevolking. Desondanks werd een deel van het voedsel geïmporteerd. Slavenhandel bleef de belangrijkste bron van inkomsten voor Curaçao, niet het minst vanwege de concurrerende prijzen van de slaven.

Nederlandse kolonie
Na het faillissement van de WIC in 1791 werd Curaçao een echte Nederlandse kolonie. Van bezit van een consortium van private aandeelhouders van de WIC werd Curaçao een deel van het koninkrijk. In 1795 kwamen de slaven op Curaçao in opstand. De opstand stond onder leiding van Tula, een slaaf die een centrale rol speelt in de geschiedenis van Curaçao, de opstand werd na een korte periode neergeslagen. In 1800 werd Curaçao bezet door de Engelsen, die in 1803 door de plaatselijke bevolking werden verdreven. In 1807 veroverden de Engelsen het eiland opnieuw. Sinds 1816 valt Curaçao onder Nederlands bestuur. Om de bestuurskosten te verlagen werden de West-Indische koloniën in 1828 teruggebracht tot één kolonie met een Gouverneur-Generaal in Paramaribo. In 1845 kwam men hier gedeeltelijk op terug omdat het besturen van de eilanden vanuit Suriname niet goed werkte. Vanaf dat jaar waren er weer twee West-Indische koloniën:

  • Suriname
  • Curaçao en Onderhorigheden (bestaande uit zowel de Bovenwindse als de Benedenwindse Eilanden)

In 1830 verboden de Engelsen de internationale handel in slaven. Dit leidde ertoe dat de handel in slaven economisch onaantrekkelijk werd. In 1863 werd de slavernij in Curaçao afgeschaft. De lokale economie raakte in het slop. Veel voormalige slaven vonden het moeilijk om op Curaçao in hun broodwinning te voorzien. Curaçaoënaars emigreerden in groten getale naar plaatsen zoals Cuba om daar in suikerplantages te werken.

Tot in het begin van de twintigste eeuw leefde Curaçao van handel, landbouw en visserij. Het economische tij keerde in 1914 toen grote aardoliereserves in Venezuela werden ontdekt. Shell vestigde meteen een olieraffinaderij op het eiland, bij Asiento – waar eerder in slaven gehandeld werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde het eiland een belangrijke rol bij de levering van brandstof voor de geallieerde troepen.

In 1954 verkreeg Curaçao samen met de andere Nederlandse Antillen politieke autonomie. In de jaren veertig en vijftig bracht de raffinaderij welvaart en modernisering voor het eiland, maar de welvaart was ongelijk verdeeld. De pas ontstane Curaçaose arbeidersklasse werd steeds ontevredener met de loonpraktijken van de Koninklijke Shell. Ook was de deelname van de Afro-Curaçaose bevolking aan het politiek proces nog beperkt. Op 30 mei 1969 brak een arbeidersopstand uit bij de ingangspoort van de Shell raffinaderij. Tijdens de opmars naar de binnenstad werd onder andere de vakbondsleider Wilson Godett neergeschoten en staken woedende arbeiders panden in Punda en Otrobanda in brand. Nadat de lokale regering Nederlandse mariniers hadden laten overvliegen om de orde te herstellen, werd er flink gewerkt om de overheid te ‘Antillianiseren’. Wilson Goddett heeft zelfs enige tijd een bestuurlijke functie vervuld. In de jaren tachtig verliet Shell Curaçao. De olieraffinaderij werd van toen af aan door het eilandgebied verhuurd aan de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA.

English Version: About Curacao